Samen onderweg (4/4)

Samen onderweg (4/4)

Dit is de vierde en laatste blog in een serie van vier naar aanleiding van de kerkscheuring in de Noorderkerk te Spakenburg.

Naar aanleiding van een recente preek van onze voorganger Jan Meijer kocht ik het boek Stel je de hemel eens voor van John Burke. Ik heb het boek nog niet uitgelezen. Ben pas bij hoofdstuk twee, maar vind het nu al een fascinerend boek.

In Stel je de hemel eens voor vergelijkt John Burke meer dan honderd aangrijpende verslagen van bijna-dood ervaringen met wat de Bijbel als antwoord geeft op onze meest indringende vragen over het leven na de dood: Zal ik daar mezelf zijn? Zal ik daar vrienden en geliefden terugzien? De schrijver laat zien hoe de meest voorkomende ervaringen steeds weer wijzen op het prachtig mooie beeld dat de Bijbel laat zien ten aanzien van het leven na de dood.

Juist als je sceptisch bent of helemaal niet gelooft, is dit boek een aanrader. Het is niet geschreven om te overtuigen, maar om je zelf na te laten denken en je conclusies te trekken.

Naar aanleiding van mijn recente schrijfsels zag ik een prachtige reactie op facebook voorbijkomen. Johnny van de Geest schreef: “Mijn dochter van 9 stelde mij de vraag waarom er zoveel kerksoorten zijn, als de eindbestemming toch hetzelfde is. Het is precies zoals in Johannes 14 staat.”

Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Wees niet bang. Vertrouw op God, en vertrouw op mij. In het huis van mijn Vader is plaats voor veel mensen. Daar mag je op vertrouwen. Want ik heb gezegd dat ik wegga om voor jullie een plaats klaar te maken. En als ik voor jullie een plaats klaargemaakt heb, kom ik terug. Dan neem ik jullie mee, en dan zullen jullie bij mij zijn. En jullie weten langs welke weg ik zal gaan.’ Toen zei Tomas: ‘Maar Heer, we weten niet eens waar u naartoe gaat! Hoe kunnen we dan weten langs welke weg u gaat?’ Jezus zei: ‘Ik ben de weg. Bij mij is de waarheid, en bij mij is het leven. Je kunt alleen bij de Vader komen als je in mij gelooft. (Joh 14:1-6, BGT)

Momenteel hink ik op twee gedachten. Aan de ene kant is dat er één van berusten. Berusten in het feit dat we het nu eenmaal over veel dingen niet eens zijn of kunnen worden. God werkt dwars door de verschillen en de verschillende kerken heen. Voor Hem zijn er geen kerkmuren. Geen muren, geen belemmeringen. Daar gaf Jezus al een mooi voorbeeld van, Hij stond opeens in de kamer terwijl de deur vergrendeld was...

Aan de andere kant is er de Bijbelse oproep om eensgezind te zijn. Om de eenheid te zoeken. Ik probeer daar gehoor aan te geven. Niet voor niets maak ik deel uit van een commissie die voorbereidingen treft voor de fusie van de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in ons dorp.

Het probleem waar we tegen aan lopen is dat juist de kerken die het meest conservatief zijn, de deur naar samenwerking dicht houden. Of deze open hadden staan, maar nu langzaamaan aan het dichttrekken zijn. Dat is op zich niet raar. Want het is als ruimdenkende kerk makkelijker om met een ‘zwaardere’ kerk verbinding te willen maken dan andersom. Dat zag je ook in de recente geschiedenis. De NGK wilde de GKv al veel eerder erkennen dan andersom. De GKv hield (veel te) lang de deur dicht.

Ik kies er toch maar voor om de eenheid te blijven zoeken. Wat mij betreft met álle kerken in ons dorp. Van vrijgemaakt tot evangelisch, van Christelijk Gereformeerd tot PKN, van hervormd tot voortgezet.  Zoals ik afgelopen donderdag in het gesprek met Haitse Wiersma tegen hem zei: “Ik hoop dat ik je snel weer tegenkom als afgevaardigde in een samensprekingscommissie tussen de gefuseerde NGK/GKv en de GKVV.”

Wat momenteel bijna alle kerken bindt, dat is de samenwerking met De Genadebron. Een prachtig initiatief van enthousiaste Christenen uit alle kerken. Samenwerking van onderaf is dat. Alhoewel, in dit geval waarschijnlijk geregisseerd van Boven af. 

Tot slot. Eerder heb ik aangegeven nog iets afsluitend te willen schrijven naar aanleiding van de publieke verklaring van de GKVV. Ik heb besloten dat niet te doen. Ik wil alleen dit nog zeggen:  jullie zijn mijn broers en zussen. Laten we een beetje "1 Korinthe 13 Liefde" voor elkaar tonen:

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen - had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen - had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn - had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan - want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. (1 Kor. 13:1-13 NBV)

 


Afdrukken