AZC. Weg ermee!?

AZC. Weg ermee!?

Een beladen onderwerp. Moet ik me hieraan branden? En voegt mijn mening iets toe aan een verhitte discussie die al jaren speelt? Ik ga hier de oplossing niet geven. Hoe zou ik dat kunnen. Nee, ik wil vragen stellen. Je meenemen in mijn gedachten. Want dit onderwerp is te groot voor makkelijke antwoorden en te belangrijk om alleen maar mee te schreeuwen met je eigen kamp.

Links en rechts. Dat lijken de twee smaken, zeker op dit thema. Karikatuur-alert! Links wil iedereen binnenhalen, want iedereen is welkom. Liefst vanuit alle windstreken, want diversiteit is het woord. Rechts wil alle grenzen dicht, het liefst niemand meer binnenlaten. Nog beter, wie er al zit: eruit! Oké, Oekraïners nog even dan, maar niet te lang, want het kost wel geld. En wij betalen al genoeg belasting. Gelukszoekers moeten we mijden. Klaar. Duidelijk. Maar ook wel makkelijk praten. Ik geloof niet dat het merendeel van de Nederlanders zich echt in die uitersten herkent. 

Ik ben christen. Dus wordt er verwacht dat ik hier “christelijk” over denk. In de praktijk betekent dat dat je in het linkse kamp wordt gezet. Want naastenliefde, dus iedereen welkom. De barmhartige Samaritaan wordt moeiteloos vertaald naar de barmhartige Marokkaan, en wie daar vragen bij stelt, heeft het evangelie blijkbaar niet begrepen. Ondertussen ontstaat er een initiatief als “de linkse kerk”, als tegenreactie op rechtse christenen die het debat domineren. Begrijpelijk? Misschien. Helpt het? Voor geen meter. Het enige wat groeit is polarisatie tussen mensen die dezelfde Bijbel lezen en dezelfde Jezus volgen, maar elkaar nauwelijks nog verstaan.

En dan die hokjes. Ben ik rechts? Nee. Ben ik links? Nee. Hou op. Zo simpel is het ook niet. Neem de PVV, die is op veel thema’s rechts, maar op sociaal vlak juist weer links. Zelf stemde ik zowel landelijk als plaatselijk CDA. Voor sommigen betekent dat: geen duidelijke keuze durven maken. Voor mij betekent het dat ik weiger om de werkelijkheid terug te brengen tot één uiterste. Als je me kent weet je dat ik graag probeer te verbinden, nuance te zoeken. Dat kan overkomen als niet uitgesproken. Alsof ik geen standpunt heb. Maar misschien is nuance niet het ontbreken van een standpunt, maar juist het weigeren van goedkope zekerheden. Oneliners eruit gooien zonder dat het ook maar een beetje haalbaar is.

Is naastenliefde hetzelfde als grenzen openzetten, of maken we het evangelie daarmee kleiner dan het is?

Laat ik het concreter maken. Aan mensen die zeggen dat we onbeperkt ruimhartig moeten zijn, wil ik vragen: zou jij een asielzoekerscentrum in je achtertuin willen? En aan mensen die zeggen dat het genoeg is geweest: zijn echt álle asielzoekers klootzakken, criminelen, gelukszoekers? Of weet je dat dat onzin is, maar voelt het veiliger om het zo te framen? Aan links wil ik vragen: is er een grens aan wie en wat  we aankunnen, of is die vraag al verdacht? Aan rechts: is er een manier denkbaar om het kaf van het koren te scheiden zonder dat we onze menselijkheid verliezen? En aan christenen stel ik misschien wel de scherpste vraag: is naastenliefde hetzelfde als grenzen openzetten, of maken we het evangelie daarmee kleiner dan het is?

Want dan wordt ‘gelukszoeker’ ineens geen scheldwoord meer, maar een spiegel.

Hier begint het voor mij te wringen. Want volgens mij halen we twee dingen door elkaar: de verantwoordelijkheid van de overheid en die van jou en mij. Een overheid heeft de taak om haar inwoners te beschermen, om vrijheid te bewaken, om orde te houden. Dat betekent grenzen. Dat betekent selectie. Dat betekent dat niet iedereen kan blijven. Dat is geen gebrek aan barmhartigheid, dat is bestuurlijke verantwoordelijkheid. Maar het probleem is dat wij daar alles onder schuiven, ons erachter verschuilen. Alsof daarmee onze eigen verantwoordelijkheid verdwijnt. Alsof het evangelie zegt: regel het maar via overheidsbeleid. Maar Jezus wijst niet naar systemen, Hij wijst naar mensen. Naar jou. Naar mij. En dan wordt het ongemakkelijk. Want dan wordt “gelukszoeker” ineens geen scheldwoord meer, maar een spiegel. Wie van ons zoekt geen geluk?

Maar als Nederland onleefbaar wordt, als vrijheid verdwijnt, als jouw geloof onder druk komt te staan of zelfs verboden wordt omdat de sharia leidend is geworden, dan wil je misschien ook wel weg. Dan zoek je een plek waar je wel vrij kunt leven. Dat is menselijk. Maar precies daar komt de volgende vraag: wat doen we met mensen die diezelfde sharia niet ontvluchten, maar naar Nederland meebrengen? Die niet alleen veiligheid zoeken, maar ook een samenleving voor ogen hebben die botst met de vrijheid waar ze gebruik van maken? Dat is geen verzinsel en geen excuus om hard te worden, maar wel een reële spanning. Een overheid die dat negeert, faalt. Want tolerantie zonder grens is geen deugd, maar zelfafbraak. Deze oprechte zorgen leven bij veel mensen. 

En daar zitten we dan, tussen twee waarheden die niet netjes in één verhaal passen.

Tegelijk is het goedkoop om de andere kant op te schieten en iedereen over één kam te scheren. Om elke asielzoeker te zien als bedreiging. Dat is feitelijk onjuist en moreel arm. Dus ja, dit onderwerp schuurt aan alle kanten. Nederland zit vol qua draagvlak. Woningtekorten, druk op voorzieningen, onrust in wijken, dat is echt. Wie dat ontkent, kijkt weg. Maar de nood van mensen die vluchten is net zo echt. Wie dat bagatelliseert, kijkt ook weg. En daar zitten we dan, tussen twee waarheden die niet netjes in één verhaal passen.

Misschien is dat precies de plek waar we moeten blijven staan. Niet in een loopgraaf van links of rechts, maar in de spanning zelf. Voor mij betekent dat dat ik eerlijk wil zijn over grenzen, over de bescherming van vrijheid, ook als dat scherpe vragen oproept over de invloed van een potentiële sharia en wat we hier wel en niet willen toestaan. Maar tegelijk weiger ik om door God geschapen mensen te reduceren tot een probleem of een categorie. Want het evangelie laat me daar niet mee wegkomen. Dat blijft trekken, richting de ander, richting de vreemdeling, richting degene die mijn pad kruist en iets van mij vraagt wat ik misschien liever niet geef.

Dat het probleem niet alleen in Den Haag ligt, maar ook in mijn eigen hart. Dat het makkelijk is om te roepen: AZC weg ermee, of juist: iedereen welkom. Maar dat het veel lastiger is om eerlijk te blijven, om scherp te zijn zonder hard te worden, om barmhartig te zijn zonder naïef te worden. Misschien is dat precies wat we kwijt zijn geraakt in dit debat. En misschien begint herstel niet met nieuw beleid of een nieuw standpunt, maar hier. In hoe jij en ik kijken, hoe jij en ik spreken, hoe jij en ik leven.

Geluk zit niet in controle, succes of gelijk krijgen, maar in overgave.

Ik gebruikte eerder het woord ‘gelukszoeker’. Laten we het begin van de Bergrede van Jezus erbij pakken: ‘Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben. Want voor hen is Gods nieuwe wereld. Het echte geluk is voor mensen die verdriet hebben. Want God zal hen troosten. Het echte geluk is voor mensen die vriendelijk zijn. Want aan hen zal God de aarde geven. Het echte geluk is voor mensen die doen wat God wil, en die dat het allerbelangrijkste vinden. Want God zal hun moeite belonen. Het echte geluk is voor mensen die goed zijn voor anderen. Want God zal goed zijn voor hen. Het echte geluk is voor mensen die eerlijk zijn. Want zij zullen God zien. Het echte geluk is voor mensen die vrede sluiten. Want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Het echte geluk is voor mensen die lijden omdat ze doen wat God wil. Want voor hen is Gods nieuwe wereld. Het echte geluk is voor jullie. Jullie zullen het moeilijk hebben omdat je bij mij hoort. Misschien schelden de mensen je uit, of willen ze je gevangennemen. Misschien vertellen ze allerlei leugens over je. Als dat gebeurt, moet je blij zijn en vrolijk. Want jullie krijgen een grote beloning in de hemel. De profeten van vroeger werden net zo slecht behandeld als jullie nu.’ (Matteus 5: 3-12 BGT)

Jezus draait het beeld van geluk om. Niet de sterke, de succesvolle of de luidste mensen noemt Hij gelukkig, maar juist degenen die zich klein weten, die gebroken zijn, die niet vooraan staan te schreeuwen maar zacht blijven. Mensen die pijn kennen, verlangen naar recht en niet leven voor zichzelf maar voor de ander. Mensen die genadig en eerlijk zijn, die proberen vrede te brengen. En het gaat verder.

Zelfs als je daardoor wordt afgewezen, bespot of buitengesloten, noemt Jezus je nog steeds gelukkig. Niet omdat dat lijden goed is, maar omdat je leeft in het spoor van Hem. Omdat je iets weerspiegelt van hoe Gods Koninkrijk bedoeld is. Geluk zit niet in controle, succes of gelijk krijgen, maar in overgave, in recht zoeken, in barmhartigheid en in trouw blijven, ook als het je iets kost. Dat is de wereld op z’n kop. Maar volgens Jezus is dat waar het echte leven begint.

De Bergrede is geen beleidsdocument, maar een spiegel.

Terug naar de asieldiscussie. Want gaat de Bergrede hierover? Nee. Je kunt de Bergrede niet één op één plakken op overheidsbeleid. Niet omdat die niet relevant is, maar omdat hij zo radicaal is dat hij niet bedoeld is als blauwdruk voor een staat. Jezus spreekt geen regering toe, maar mensen. Hij legt de lat niet op systeemniveau, maar op hartniveau. Hij vraagt geen haalbaar beleid, maar een houding die haaks staat op hoe macht normaal functioneert.

Als je de Bergrede wél direct vertaalt naar beleid, loop je vast. Want wat betekent “de andere wang toekeren” voor een overheid? Of “je vijanden liefhebben”? Een staat die dat letterlijk doet, houdt geen recht, geen orde, geen bescherming over. Dan laat je ook je eigen burgers in de steek. En juist dát is ook een verantwoordelijkheid. Een overheid heeft een andere roeping dan een individu. Ze moet beschermen, begrenzen, afwegen. Ze maakt soms keuzes die niet voor iedereen goed uitpakken. Dat is onderdeel van hoe een samenleving functioneert.

Maar het gevaar zit ergens anders. Niet dat we de Bergrede te serieus nemen, maar dat we hem te makkelijk parkeren. Dat we zeggen: mooi ideaal, maar niet realistisch, en vervolgens ons persoonlijke leven loskoppelen van wat Jezus zegt. Daar gaat het mis. De Bergrede is geen beleidsdocument, maar ook geen vrijblijvende inspiratie. Het is een spiegel. Hij legt bloot hoe wij geneigd zijn te denken in eigen belang, veiligheid, controle. En hij zet daar iets tegenover dat schuurt: nederigheid, barmhartigheid, recht zoeken, zelfs als het je iets kost.

…als je Jezus serieus neemt, wordt het nooit comfortabel. Niet links. Niet rechts.

Niet verschuilen achter “de overheid moet het zus of zo regelen”. Jezus dwingt ons om anders te kijken. Om niet alleen te denken in aantallen, systemen en kosten, maar ook in mensen. In gezichten. In verantwoordelijkheid die niet stopt bij beleid. Jezus geeft in de Bergrede geen kant-en-klare oplossing, maar wel een richting. Het voorkomt dat beleid hard wordt zonder hart en dat barmhartigheid naïef wordt zonder besef van realiteit. Het probleem is dat die twee zelden vanzelf samenkomen. En precies daar zit de worsteling.

Want als je Jezus serieus neemt, wordt het nooit comfortabel. Niet links. Niet rechts. Het blijft schuren. Je blijft zoeken en je afvragen of je niet ergens te makkelijk bent geworden.

Zullen we in de discussies wat beter naar elkaar luisteren? Want is dat niet wat Jezus in de Bergrede ook van ons vraagt?

powered by social2s