Afgelopen zondag heb ik het boek ‘Stel je de hemel eens voor’ uitgelezen. Ik kocht het boek naar aanleiding van een preek van Jan Meijer op 8 maart in de Maranathakerk. Een preek op de laatste reguliere zondag dat we nog naar de kerk toe konden…
Een eerlijke vraag die ik mezelf en mijn vrouw Hannah laatst stelde was, wat we nu eigenlijk missen, nu we niet meer naar de kerkdienst toe kunnen. Onze gezamenlijke conclusie was: het samen zingen met de gemeente. De Bijbelse boodschap tot je nemen via je smart-tv is een prima alternatief. Sterker nog, voor mijn vrouw is dit beter te behappen. Ze kan zich dan veel beter concentreren dan in een kerkzaal. Maar het samen met honderden broers en zussen zingen, dat missen we vooral. Of dat nu begeleid wordt door een band of een orgel, het is een bijzonder gevoel om met zovelen te zingen voor de Koning.
Van de geloofsvoeding, geloofsbeleving en het uitdragen daarvan is de kerkdienst maar een klein stukje van een veel grotere taart. Zouden we de kerkdiensten wat overschat hebben de laatste jaren? Zit het niet veel meer in andere dingen? Het volgen van Jezus is zoveel meer dan wekelijks aanschuiven in een kerkbank.
Er is een beetje een karikatuur ontstaan over het zingen in de hemel. Alsof we daar tot in de eeuwigheid alleen maar aan het zingen zijn. Wat als je niet zo van zingen houdt, heb je dan pech? Of zouden ze daarboven het luisterlied inmiddels ook hebben ontdekt…