Publieke radio die concurreert met belastinggeld?

Publieke radio die concurreert met belastinggeld?

Mijn liefde voor radio begon al toen ik als jochie van een jaar of tien, twaalf op zolder plaatjes aan het draaien was. Geen luisteraars, wel een fascinatie. Het idee dat je zelf een zender kon hebben en bepalen wat mensen zouden horen, leek me te gek. In die tijd was er maar één optie als je het serieus wilde. Een piratenzender beginnen. Die stap heb ik nooit gezet. In 1994 belandde ik wel bij de Lokale Omroep Spakenburg, die ooit als piraat is begonnen. De LOS is enkele jaren geleden opgegaan in de streekomroep Eemland1. Daar ben ik nog steeds actief als vrijwilliger. M’n werk heb ik er nooit van gemaakt, maar in de loop der jaren is het radiomaken wel meer geworden dan alleen een programma presenteren.

Ik hoor niet alleen ‘een leuke zender’, ik hoor een format.

In 2014 startte ik een online muziekstation, Radio Crescendo. Ja, uiteindelijk had ik dan toch mijn eigen radiostation!  En vrij recent ook een station voor het winkelend publiek in Spakenburg, Hecht Spakenburg Radio. Die laatste hoor je vooral via de speakers in het dorpscentrum, met als doel één consistente muzikale lijn neer te zetten in plaats van een wirwar aan losse playlists. In dit alles zit voor mij dezelfde kern: het nadenken over muziek, volgorde en timing. Dat spel van keuzes en techniek maakt dat ik anders radio luister dan de meeste mensen. Ik hoor niet alleen “een leuke zender”, ik hoor een format. En ook het ‘nieuwe radiomaken’ is me niet vreemd, met de podcast die ik samen met Gertjan van Harten (die ook wel eens wat voor Eemland1 doet) af en toe voor onze kerk maak.

Maar nu de reden van dit schrijven. Bij de landelijke popmuziekstations is al jarenlang sprake van een ongelijk speelveld. Om te begrijpen waar het schuurt, moet je even zien hoe het in Nederland werkt. We hebben publieke omroepen en commerciële omroepen, zowel op radio als op tv. Commerciële zenders leven uitsluitend van reclame-inkomsten en moeten dus continu de juiste keuzes maken om luisteraars vast te houden. Het verwijt wat deze stations wel eens krijgen, dat het alleen maar om geld zou gaan, is erg kort door de bocht. Ik ben ondernemer in de tweewielerbranche en daar werk ik ook met een verdienmodel. Maar tevreden klanten én tevreden medewerkers zijn minstens zo belangrijk. Ook bij de ‘commerciëlen’ werken mensen met passie voor hun vak.

…de reden waarom we het als samenleving accepteren dat daar publiek geld naartoe gaat…

Publieke omroepen worden grotendeels gefinancierd met belastinggeld en hebben een andere opdracht. Zij zijn er niet om de markt te beconcurreren, maar om die aan te vullen. Dat betekent dat ze ruimte moeten bieden aan dingen die commercieel minder vanzelfsprekend zijn: nieuws, duiding, cultuur, verdieping en doelgroepen die niet primair interessant zijn voor adverteerders. Dat is de basis van het bestel en de reden waarom we het als samenleving accepteren dat daar publiek geld naartoe gaat. Als dat verschil vervaagt, komt de vraag op tafel waarom dat geld nog nodig is. Met dat uitgangspunt in het achterhoofd wordt het interessant om te kijken naar de popzenders binnen de publieke omroep, waar het verschil met commerciëlen wel erg klein is.

Neem NPO Radio 2. Als je daarnaar luistert, hoor je een heel goede zender. Veel goede radiomakers. Een goede muziekmix. Maar als ziet wat er daadwerkelijk gebeurt, hoor je vooral hoe weinig het afwijkt van commerciële zenders als bijvoorbeeld Radio Veronica of Radio 10. Dezelfde doelgroep, dezelfde muziek, dezelfde opbouw van de dag. De basis is een breed muziekformat dat commercieel al volledig bestaat, en daarmee vervalt naar mijn mening een belangrijk deel van de rechtvaardiging om dit publiek te financieren. Radio 2 zou zo commercieel verder kunnen en bijna niemand zou het merken.

…lijkt op commerciële radio, maar tegelijkertijd werkt met belastinggeld én een betere uitgangspositie in bereik, dan ontstaat er geen aanvulling meer op de markt maar concurrentie...

Publieke radio beschikt nog steeds over een heel sterke FM-dekking die vrijwel overal probleemloos te ontvangen is en in de praktijk dus een enorm voordeel oplevert. Er is immers een wettelijke verplichting voor de publieke zenders dat ze overal te ontvangen moeten zijn. Maar FM-frequenties zijn schaars en bepalen nog altijd in hoge mate wie er gehoord wordt.

Commerciële zenders betalen veel geld voor hun plek in de ether en hebben lang niet altijd een goede dekking. Als je dus een zender hebt die inhoudelijk sterk lijkt op commerciële radio, maar tegelijkertijd werkt met belastinggeld én een betere uitgangspositie in bereik, dan ontstaat er geen aanvulling meer op de markt maar concurrentie. Dat is dan toch valse concurrentie?

Die spanning zie je ook terug in de manier waarop het publieke bestel is ingericht. In theorie hebben we allerlei omroepen met elk een eigen identiteit, die samen moeten zorgen voor een breed aanbod van verschillende geluiden. In de praktijk hoor je op een zender als Radio 2 vooral één consistent format waarin programma’s onderling nauwelijks verschillen. De ene omroep volgt de andere op, maar de luisteraar merkt het verschil niet. Die identiteit is in de dagelijkse programmering verdwenen. Intern is het misschien bekend, maar niet bij het luisterpubliek. Wat overblijft is een verzameling geldverslindende organisaties die binnen hetzelfde format opereren. Opvallend genoeg concludeerde ook een commissie deze week nog dat er binnen de publieke omroep sprake is van te veel ‘kapiteins’ en een ingewikkelde bestuurscultuur. Daarmee staat de organisatie van het publieke bestel steeds nadrukkelijker ter discussie.

Als publieke radio hetzelfde gaat doen als commerciële radio, maar dan nét anders, verlies je vooral legitimatie.

Bij 3FM werd zichtbaar wat er kan gebeuren als publieke radio te veel richting commerciële radio opschuift. Daar is jarenlang geprobeerd om aansluiting te houden bij commerciële hitzenders als 538, met alle focus op jongeren, tempo en bereik, waardoor het oorspronkelijke profiel vervaagde. Als publieke radio hetzelfde gaat doen als commerciële radio, maar dan nét anders, verlies je vooral legitimatie. De enige manier waarop zo’n zender werkelijk legitiem blijft, is door iets te doen wat de markt niet oppakt, zoals bij 3FM bijvoorbeeld focus op nieuwe muziek of talent. En juist dat staat onder druk als populariteit leidend wordt.

NPO Radio 5 zit iets dichter bij een rol die te verdedigen is, omdat de doelgroep en de toon van de programmering anders zijn. Maar toch zie je ook daar dat een groot deel van de zendtijd wordt ingevuld met muziek die net zo goed te horen is bij andere commerciële zenders, waardoor het onderscheid kleiner wordt en dezelfde vraag blijft hangen: waar zit hier precies de publieke meerwaarde?

Ik heb nu al de verschillende muziekgerichte themakanalen nog niet genoemd. Ik tel er al gauw twintig. Als een publieke omroep bedoeld is als aanvulling op de markt, hoeveel publieke muziekstreams en themakanalen zijn dan nog logisch in een tijd waarin duizenden commerciële nichekanalen al bestaan?

Het contrast met lokale- en streekomroepen maakt het verschil duidelijk. Een streekomroep zoals Eemland1 doet iets wat ‘de markt’ niet oppakt, namelijk lokaal en streeknieuws op radio en TV brengen, betrokkenheid creëren en de streek verbinden. Dat is precies waar een publieke omroep voor bedoeld is. Daar zit legitimatie. Het wordt deels gedragen door vrijwilligers en door mensen die de streek kennen en er middenin staan, en juist daardoor heeft het een waarde die niet in geld is uit te drukken. Commercieel is dit dus niet heel interessant.

Maar als er morgen voldoende extra journalistieke radiomakers zijn en die uren nodig zijn voor extra nieuws of inhoudelijke programmering, dan maak ik zonder aarzeling plaats.

Bij Eemland1 presenteer ik een popmuziekprogramma, wat erg leuk is om te doen. Maar ik weet ook hoe vervangbaar het is. Mijn programma draait nu op donderdag- en vrijdagochtend tussen tien en twaalf uur, als opvulling tussen twee nieuwsprogramma’s in, en dat is prima. Maar als er morgen voldoende extra journalistieke radiomakers opstaan en die uren nodig zijn voor nieuws of een meer inhoudelijk programma, dan maak ik graag plaats. Mijn programma kan ook op een andere plek in de programmering. Niet omdat het slecht is maar omdat het niet de kern raakt van wat een publieke omroep hoort te doen.

Heel af en toe zie je de discussie ook over tv, waar amusementsprogramma’s onder publieke vlag verschijnen die net zo goed commercieel uitgezonden zouden kunnen worden, en ook daar zoekt men de grens al sinds jaar en dag op. Radio maakt het alleen scherper zichtbaar, omdat het zo direct vergelijkbaar is en omdat bereik en format daar zo’n grote rol spelen in hoe zenders functioneren en zich tot elkaar verhouden.

De publieke omroep heeft bestaansrecht zolang deze doet wat de markt niet doet.

Een publieke omroep heeft bestaansrecht zolang deze doet wat de markt niet doet en daarmee een duidelijke aanvulling vormt op wat er commercieel al is. Als dat verschil vervaagt en publieke zenders zich gedragen als commerciële zenders, met publiek geld en een betere uitgangspositie, verdwijnt de rechtvaardiging onder het systeem. Dan is de vraag onvermijdelijk waarom we daar met z’n allen belasting voor moeten blijven betalen.

Nee, ons land verliest niets als Radio 2, 3 en 5 als commerciële stations verder zouden gaan. Want, zoals ik al schreef, slechte zenders zijn het niet. Pas dan komt er ook echt eerlijke concurrentie. Laten ze in Hilversum én via Den Haag stoppen met het verdedigen van deze zenders als een taak voor de publieke omroepen.