In de documentaire Kan ik dit nog geloven? onderzoekt Renzo Merbis kritische vragen over het christelijk geloof, zoals de betrouwbaarheid van de Bijbel en de verhouding tussen geloof en wetenschap. Hij spreekt daarvoor met filosofen, archeologen en wetenschappers. Volgens Merbis hoort het stellen van moeilijke vragen bij een serieus geloof.
Aan het begin kwam een man aan het woord die ooit geloofde. Een van de redenen waarom hij uiteindelijk afhaakte, was de eindeloze hoeveelheid interpretaties van de Bijbel. Iedereen leest hetzelfde boek en toch komt iedereen tot andere conclusies. Vervolgens worden die conclusies met grote stelligheid gepresenteerd als de waarheid van God.
Ik begreep hem. Misschien wel meer dan mij lief is.
Al die meningen die als feiten worden geponeerd, ik word er ook moe van. Niet omdat overtuigingen er niet toe doen. Niet omdat waarheid niet bestaat. Maar omdat christenen soms opvallend slecht lijken te beseffen hoeveel afstand er kan zitten tussen Gods waarheid en onze eigen overtuigingen daarover.
Het verschil tussen de geïnterviewde en mij is dat ik niet van mijn geloof ben gevallen. Maar laat ik daar niet te stoer over doen. Want zo heel veel heeft het soms niet gescheeld.
...mijn geloof werd aangevochten.
De afgelopen anderhalf jaar heb ik een periode doorgemaakt waarin mijn geloof werd aangevochten. De voedingsbodem daarvoor werd al eerder gelegd. Zekerheden verschoven. Vragen die ik jarenlang op afstand kon houden, kwamen dichterbij. Antwoorden die ooit als de waarheid klonken, begonnen hol te klinken. Ik begon daarom boeken te lezen uit andere theologische tradities. Dat deed ik al wel eens eerder, maar ik ging nu veel verder buiten mijn eigen bubbel dan voorheen.
Oei.
Niet doen! Want ik ben toch ouderling in de Nederlandse Gereformeerde Maranathakerk?
Ja. Nog maar heel even. Na vijfeneenhalf jaar dienst treed ik volgende maand af. Normaal gesproken gebeurt dat na vier jaar, maar ik had mijn termijn verlengd. Met overtuiging. Ik sta daar nog steeds van harte achter. Ik heb het bij tijden als zwaar ervaren. Toch kijk ik met dankbaarheid terug. Vooral ook op de laatste twee jaar. Maar nu is het goed zo. En eerlijk gezegd komt het moment van aftreden mij nu niet slecht uit. Niet omdat ik binnen onze kerkenraad geen moeilijke vragen zou mogen stellen. Integendeel. Ik ervaar juist veel ruimte om eerlijk te zijn. Ik hoef geen zekerheden voor te wenden die ik niet heb en hoef niets te roepen omdat iemand dat nu eenmaal van mij als ouderling verwacht.
Niet wat de luidste stem beweert dat ‘de Bijbel duidelijk leert’.
Toch voelt het goed om even helemaal vrij te zijn van mijn verantwoordelijkheid binnen de kerkleiding. Om niet eerst te hoeven bedenken of mijn vragen passen bij mijn taak, maar ze gewoon publiek te kunnen stellen en bespreken.
Want ik wil weten wat ik nu werkelijk geloof. Niet wat ik geacht word te geloven. Niet wat mijn traditie altijd heeft gezegd. Niet wat de luidste stem beweert dat ‘de Bijbel duidelijk leert’.
Waar mijn moeite zit? Onder andere bij de gangbare overtuigingen over het eindoordeel en de hel. Daar schreef ik eerder al over. Maar ook bij het contrast tussen de onvoorwaardelijke liefde en geweldloosheid van Jezus en sommige beelden van God in het Oude Testament. Onvoorwaardelijke liefde? Ja, ik weet het. Jezus wil ons niet laten zoals we zijn. Ik geloof dat Gods Geest in ons werkzaam is. Om ons ook te leren liefhebben. Ja, liefde is niet hetzelfde als alles maar goedvinden. Maar het blijft wel liefde.
Mijn conclusie wordt steeds meer dat Jezus onze menselijke beelden van God corrigeert. Ook, en dan wordt het spannend, beelden die in het Oude Testament terecht zijn gekomen. Dat klinkt ingrijpend, en dat is het ook. Want dan sluit ik niet langer uit dat er teksten in de Bijbel staan die niet simpelweg één op één vertellen hoe God is.
De Bijbel zelf geeft daar een opvallend voorbeeld van. In het boek Samuel wordt verteld dat God David aanzette tot een volkstelling. Wanneer hetzelfde verhaal later in Kronieken wordt verteld, is het opeens Satan die David daartoe aanzet. Je kunt krampachtig proberen die twee lezingen met elkaar te verzoenen. Maar je kunt ook erkennen wat er staat. Binnen de Bijbel wordt een eerder beeld van Gods handelen opnieuw doordacht en gecorrigeerd. Blijkbaar was ook voor de Bijbelschrijvers het denken over God niet in één keer duidelijk.
‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.’
En toch geloof ik nog steeds dat het Gods bedoeling was dat beide teksten tot ons kwamen. De Bijbel is voor mij daarmee allesbehalve een waardeloos tegenstrijdig boek geworden. Integendeel. Maar ik zie hem steeds meer als het getuigenis van mensen die God hebben gezocht, ontmoet, begrepen en soms ook verkeerd begrepen. Geïnspireerd door God, maar geschreven door mensen. Met hun tijd, cultuur, angsten, verlangens én beperkingen. En soms met beperkt zicht op de werkelijkheid.
De Bergrede van Jezus is voor mij daarbij belangrijk. Jezus zegt daar vaak: ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd’, gevolgd door: ‘Dit zeg Ik daarover.’ Hij schaft de Schriften niet achteloos af. Hij brengt ze tot hun bestemming. En Hij zegt ook: ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.’
Dat zegt alles.
Niet: Jezus is liefde, maar God is ook nog iets anders. Niet: God is goed, maar ook rechtvaardig, alsof zijn rechtvaardigheid een grens trekt om zijn liefde. God is liefde. Punt. Ook zijn oordeel, zijn recht en zijn heiligheid moeten uiteindelijk vanuit de liefde van Jezus begrepen worden.
Misschien klinkt dit voor sommigen als vrijzinnigheid. Dat woord wordt nogal snel gebruikt zodra iemand aan gevestigde zekerheden komt. Maar ik geloof er niets van dat ik onderweg ben naar een slap geloof waarin niets er meer toe doet. Het tegendeel is waar. Ik wil gewoonweg niet doen alsof mijn visie hetzelfde is als Gods stem. En anderen vragen daar ook voorzichtiger in te zijn.
...alsof hun theologie rechtstreeks uit de hemel is komen vallen.
Een voorbeeld. Kijk naar de doop. De stelligheid waarmee sommige evangelischen of baptisten beweren dat alleen de doop op geloof echt is en de kinderdoop eigenlijk fout, vind ik ingewikkeld. Dan druk ik mij nog heel zacht uit. De opmerking dat de kinderdoop niet in de Bijbel voorkomt, overtuigt mij niet. Er komt wel meer niet letterlijk in de Bijbel voor wat wij als christenen probleemloos gewend zijn te doen. Omgekeerd kunnen gereformeerden ook doen alsof hun theologie rechtstreeks uit de hemel is komen vallen.
Beide kanten lezen, wegen en interpreteren. Dat mag. Maar zeg dan niet te snel dat God precies hetzelfde vindt als jij.
Hetzelfde zie ik bij kerkscheuringen. In de loop van de geschiedenis zijn kerken uit elkaar gegaan om redenen die achteraf soms nauwelijks uit te leggen zijn. Ook in ons eigen dorp ontstond in 2020 een nieuwe gemeente na een kerkscheuring. Ik ben daar kritisch op geweest en ben dat nog steeds. Ik geloof oprecht dat er weinig goede grond is om als christenen in gescheiden kerkverbanden op te trekken. Vooral als er dan tegen een ander kerkverband wordt ingepreekt.
Tegelijk besef ik beter dan vroeger dat zulke keuzes voor sommigen hun geweten raken. Daarom wil ik wel voorzichtig zijn. Niet omdat alles dan maar even ‘waar’ is, maar omdat ik niet in het hart van een ander kan kijken.
Een duidelijke overtuiging van ‘zo zit het’ geeft veel meer rust.
Toch wil ik blijven zeggen dat we bij elkaar horen. Niet omdat wij overal hetzelfde over moeten denken, maar omdat Christus ons bij elkaar brengt. Misschien is dat wel de grootste test van onze overtuigingen. Niet hoe hard wij die kunnen verdedigen, maar waarom we met onze verschillen niet samen aan de Tafel kunnen zitten.
Het proces waarin ik nu zit beleef ik niet als gemakkelijk. Soms voelt het ronduit zwaar. Ik worstel. Een duidelijke overtuiging van ‘zo zit het’ geeft veel meer rust. Maar ik heb nu eenmaal geen knop waarmee ik mezelf terugschakel naar oude zekerheden. Ik zit in dit proces en zal ermee moeten dealen. De Heer weet ervan, het is een dagelijks gebedspunt en dat geeft me rust.
Ja, ik hoor de opmerkingen al. Je moet geloven als een kind! Zei Jezus ook niet zoiets? De helaas veel te vroeg overleden Amerikaanse schrijfster Rachel Held Evans zei eens: wie denkt dat geloven als een kind alleen maar betekent dat je geen vragen stelt, heeft blijkbaar weinig omgang met kinderen gehad. En ze had gelijk. Kinderen stellen veel vragen! Papa waarom? Mama, wat is dat? Papa, hoe moet dat? Mama, waarom mag ik niet...
...het leven, sterven en de opstanding – en daarmee de overwinning! – van Jezus Christus.
Ik kan zelf niet zoveel met een uitspraak als: ‘Moeilijke vragen moet je maar bij God laten.’ Dat klinkt vroom, maar voor mij werkt dat niet meer. Zo zit ik simpelweg niet in elkaar. Als iets schuurt, dan schuurt het. Dan kan ik niet doen alsof de vragen er niet zijn.
Tegelijk geloof ik dat God mij hierin niet alleen laat lopen. Met Paulus vertrouw ik erop dat Hij die het goede werk begonnen is, het ook zal voortzetten tot het voltooid is op de dag van Christus Jezus.
Wat blijft er dan overeind?
Voor mij is dat het leven, sterven en de opstanding – en daarmee de overwinning! – van Jezus Christus. Daarin ligt mijn geloof verankerd. Daaromheen mag alles bevraagd worden. Ja, ook de Bijbel zelf. Juist omdat ik haar serieus neem.
Want niet onze Bijbel of onze uitleg daarvan is God. Nee.
Jezus is Heer!
Waar U verschijnt wordt alles nieuw
Want U bevrijdt en geeft leven
Elke storm verstilt door de klank van uw stem
Alles buigt voor Koning Jezus
U bent de held die voor ons strijdt
U baant de weg van overwinning
Elke vijand vlucht, ieder bolwerk valt neer
Naam boven alle namen, hoogste Heer
Voor eeuwig is Uw heerschappij
Uw troon staat onwankelbaar
Ongeëvenaarde kracht ligt in Uw grote naam
Jezus overwinnaar
De duisternis licht op door U
De duivel is door U verslagen
Dood, waar is je macht?
Waar is je prikkel gebleven?
Jezus leeft en ik zal leven
De schepping knielt in diepst ontzag
De hemel juicht voor onze Koning
En de machten van de hel weten Wie er regeert
Naam boven alle namen, hoogste Heer!
© Mozaïek Worship - Jezus Overwinnaar
De gebruikte afbeelding is gegenereerd met AI.