Doop: Als kinderen erbij horen, waarom wachten?

Doop: Als kinderen erbij horen, waarom wachten?

Via de lokale krant 'De Bunschoter' reageer ik vandaag op de discussie die via de krant ontstond rond de doop. Hierbij mijn bijdrage aan dit gesprek. Dit artikel is ook in de krant van vandaag te lezen.

De afgelopen twee vrijdagen ging het in deze krant over de kinderdoop. Eerst schreef Chris van Zwol waarom de kinderdoop sterke Bijbelse papieren heeft. Een week later volgde een kritische reactie van Julian Heek. Op 6 september schreef ik op larrykoelewijn.nl de blog Onze doopvisie, Gods waarheid? Het vraagteken was bewust. Gods waarheid staat vast, onze uitleg niet altijd. Vorige week las ik ook Kinderdoop? Een alternatieve benadering van Paul Voorberg. Dat hielp mij scherper te zien van wie in de doop het initiatief uitgaat.

De kracht van de samenhang

Chris zette verschillende Bijbelse lijnen naast elkaar. Terecht, want de kinderdoop hangt niet aan één tekst waarin letterlijk staat dat baby’s gedoopt moeten worden. Zo’n tekst is er niet. De kracht zit voor mij in de samenhang van Gods beloften aan gelovigen en hun kinderen, hun plaats binnen Gods volk en genade die aan ons antwoord voorafgaat.

Daar hoort ook de verbondslijn bij.

In Handelingen 2:39 staat „Voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen.” Dat bewijst de kinderdoop niet, maar de kinderen verdwijnen bij Pinksteren ook niet uit beeld.

Daar hoort ook de verbondslijn bij. De Bijbel noemt de doop nergens letterlijk „het verbondsteken”. Binnen de gereformeerde traditie wordt die conclusie getrokken uit de eenheid van Oude en Nieuwe Testament. God verbindt zich aan gelovigen en hun kinderen. De besnijdenis als teken verdwijnt, maar niet Gods omgang met zijn volk. Daarom zien zij de doop als teken dat daarbij hoort.

Waarom wachten?

Daar ligt voor mij de belangrijkste vraag. In de kritische reactie op Chris wordt expliciet gezegd dat kinderen er helemaal bij horen. Dan verschuift de discussie. Als kinderen bij de geloofsgemeenschap horen en onder Gods beloften leven, waarom moet de doop dan wachten totdat zij zelf hun geloof kunnen verwoorden?

Dat zegt nog niet wat het juiste doopmoment is...

In het Nieuwe Testament komt vaak eerst geloof en daarna doop, vrijwel steeds in een zendingssituatie. Mensen horen het evangelie, geloven en worden gedoopt. Dat zegt nog niet wat het juiste doopmoment is voor een kind dat vanaf zijn geboorte in een christelijk gezin en binnen de gemeente opgroeit. Het Nieuwe Testament beschrijft geen letterlijke kinderdoop, maar ook nergens het hedendaagse model waarin zo’n kind later na een persoonlijke geloofsbelijdenis wordt gedoopt. Ook dat doopmoment kan dus niet eenvoudig uit een nieuwtestamentisch voorbeeld worden afgelezen.

God spreekt eerst

Dan komt voor mij de diepere vraag wat de doop eigenlijk zegt. Voorberg hielp mij scherper te zien waar het verschil zit. Ook Chris wees daar al op. Is de doop in de eerste plaats mijn antwoord aan Gods roepstem? Ik ben christelijk opgevoed, maar ik geloof nu zelf en daarom laat ik mij dopen? Of is de doop allereerst Gods teken bij zijn belofte, waarop een mens in geloof leert antwoorden?

Gods spreken gaat vooraf.

Persoonlijk geloof, bekering en navolging doen er wezenlijk toe. De kinderdoop maakt dat niet overbodig. Maar Gods genade begint niet pas wanneer een mens in staat is daarop een passend antwoord te formuleren.

Juist daarin zie ik de rijkdom van de kinderdoop. Een kind kan nog niets uitleggen, belijden of presteren. Gods spreken gaat vooraf. Het antwoord mag groeien. Dat doet naar mijn idee meer recht aan de doorgaande lijn van de Bijbel dan het idee dat het teken moet wachten totdat het geloof persoonlijk kan worden verwoord.

Ook bij wie als kind is gedoopt en later een bekeringsmoment beleeft, kan het verlangen ontstaan om opnieuw gedoopt te worden. Maar begint God daar pas, of wordt zichtbaar wat Hij al eerder deed? „Nu geloof ik echt” zegt veel over iemands eigen beleving en antwoord, maar niet dat God daarvoor afwezig was. Als Hij niet loslaat wat zijn hand begon, is een nieuwe doop voor mij niet nodig. Het verlangen begrijpelijk? Ja. Noodzakelijk? Nee. Niet ons sterkste geloofsmoment staat aan het begin, maar Gods trouw.

De eerste christenen

Ook de vroege kerk is niet onbelangrijk. Rond het jaar 200 blijkt kinderdoop al bekend en niet veel later gaat de discussie zelfs over hoe snel na de geboorte gedoopt moet worden. Dat is eeuwen vóór de christelijke staatskerk. Het beeld dat kinderdoop pas veel later door de kerk is bedacht, past daar moeilijk bij.

...en geloof antwoordt daarop.

De vroege kerkgeschiedenis laat ook zien dat men niet aan één doopvorm vastzat. Als de gewenste manier niet mogelijk was, mocht water over het hoofd worden gegoten. Onderdompeling vind ik zelf mooier, maar één doopvorm blijkt dus geen absolute voorwaarde.

Voor mij blijft daarom vooral dit overeind. Kinderen horen erbij. Gods belofte gaat vooraf en geloof antwoordt daarop. De doop is niet alleen iets wat wij over ons geloof zeggen, maar ook een teken waarin Gods spreken vooropstaat. Waarom moet het teken dan wachten?

Overtuigd, maar wel bescheiden

Dit gesprek zou verkeerd eindigen wanneer we elkaar gaan beoordelen op gehoorzaamheid. Christenen die kiezen voor geloofsdoop zijn mijn broers en zussen in Christus. Hun verlangen om de Bijbel serieus te nemen verdient respect. Dat geldt ook andersom. Wie zijn kinderen laat dopen meent juist recht te doen aan Gods handelen met gelovigen en hun kinderen.

...dat we elkaar niet wegzetten als minder Bijbels...

Daarom past het woord „ongehoorzaamheid” hier niet. We lezen dezelfde Bijbel en kunnen, juist omdat we haar serieus nemen, verschillend uitkomen. Dat vraagt bescheidenheid en het besef dat ons kennen beperkt is. Gods genade is gelukkig ruimer dan onze nauwkeurigheid in het doorgronden van iedere Bijbeltekst.

Met open vizier lezen betekent niet dat beide visies even sterk moeten zijn. Mijn overtuiging is dat de kinderdoop sterkere Bijbelse papieren heeft. Maar het betekent óók dat we elkaar niet wegzetten als minder Bijbels, minder gelovig of ongehoorzaam.

Dat zou in het doopdebat al winst zijn.