De schaduw van 31 oktober

De schaduw van 31 oktober

Het is 31 oktober. Hervormingsdag! Maar ook Halloween. Welke van de twee zou tegenwoordig bekender zijn? Toen ik op de basisschool zat, was dat ongetwijfeld Hervormingsdag. Halloween was iets uit Amerika waar we nauwelijks van gehoord hadden. Hervormingsdag daarentegen was een belangrijke dag. We leerden over Maarten Luther, Johannes Calvijn en andere grote namen uit de kerkgeschiedenis.

Maar eerlijk gezegd vond ik kerkgeschiedenis toen vooral saai. Namen, jaartallen, kerkvergaderingen en allerlei gebeurtenissen uit een ver verleden. Wat moest je daar als jonge jongen mee?

Dat veranderde toen ik ouder werd en meer betrokken raakte bij het reilen en zeilen van de kerk. Juist de vraag waarom dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan, begon me steeds meer te interesseren. En dan ontdek je dat onze kerkgeschiedenis niet altijd de schoonheidsprijs verdient. Sterker nog, soms is ze ronduit pijnlijk.

De geschiedenis van de winnaars?

Zo herinner ik me nog goed hoe tijdens catechisatie over de Vrijmaking van 1944 werd gesproken. Natuurlijk, niet alles was mooi verlopen, maar uiteindelijk was het toch vooral een gebeurtenis waarvoor we dankbaar mochten zijn. De kerk had immers vastgehouden aan de waarheid.

Met de kennis van nu valt daar wel iets meer over te zeggen.

Ik ben opgegroeid in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Niet omdat ik daar zelf ooit bewust voor had gekozen, maar simpelweg omdat mijn ouders en voorouders die kerkelijke weg waren gegaan. De scheuring van 1967, waaruit uiteindelijk de Nederlands Gereformeerde Kerken ontstonden, had ik uiteraard niet meegemaakt. Ik was toen nog niet eens geboren.

Naarmate ik me later meer in die geschiedenis verdiepte, begon mijn beeld te veranderen. Sterker nog, als ik destijds had geleefd en zelf een keuze had moeten maken, vermoed ik dat ik juist aan de andere kant van die scheuring terecht was gekomen.

Dat is toch bijzonder? Je groeit op binnen een kerkverband, krijgt de geschiedenis vanuit een bepaald perspectief mee en ontdekt jaren later dat je er ook heel anders naar kunt kijken.

Wat mooi dat beide kerkverbanden in 2023 weer bij elkaar zijn gekomen. Na ruim een halve eeuw. Maar hoeveel verdriet, verwijdering en beschadigde relaties zijn daar in al die jaren aan voorafgegaan? En waarvoor eigenlijk?

Misschien wordt kerkgeschiedenis wel te vaak verteld vanuit het eigen gelijk, en te weinig vanuit het perspectief van degenen die er anders over dachten.

Onze protestantse helden

En daarmee komen we bij de Reformatie. Ook daarover kreeg ik op school en tijdens catechisatie vooral een positief verhaal voorgeschoteld. Luther en Calvijn waren de grote hervormers die de kerk weer terugbrachten bij de Bijbel. En daar valt natuurlijk echt wel wat voor te zeggen.

De Reformatie heeft ons veel goeds gebracht. Denk aan de hernieuwde aandacht voor Gods genade, het gezag van de Bijbel en het persoonlijke geloof. De kerk had in de zestiende eeuw dringend hervorming nodig. Dat valt moeilijk te ontkennen. Toch waren er ook binnen de Rooms Katholieke Kerk al hervormingen gaande.

Laat duidelijk zijn dat ik geen roet in het eten wil gooien van al die herdenkingen die op Hervormingsdag plaatsvinden. Er is genoeg om dankbaar voor te zijn.

Maar er bestaat ook een andere kant van die Reformatie. Een kant waarover we op school en in de kerk volgens mij een stuk minder hebben gehoord.

Want diezelfde Luther die zo krachtig Gods genade verkondigde, schreef in 1543 een ronduit schokkend geschrift over de Joden. Hij riep onder andere op hun synagogen te verbranden en hun huizen te vernietigen. Woorden die eeuwen later zelfs door de nazi's werden aangehaald.

En Calvijn? In het Genève van 1553 werd de theoloog Michael Servet levend verbrand vanwege zijn afwijkende geloofsopvattingen. Calvijn sprak het vonnis niet zelf uit, maar verdedigde de terechtstelling wel.

Stel je dat eens voor. Mensen die opkwamen tegen de macht en dwang van de bestaande kerk, konden vervolgens zelf bijzonder weinig ruimte opbrengen voor mensen die anders geloofden.

Natuurlijk waren het andere tijden. Maar zijn daarmee zulke gebeurtenissen ook goed te praten?

Een beloofde stad?

Momenteel lees ik De beloofde stad van historicus Luc Panhuysen. Een fascinerend boek over de opkomst en ondergang van het koninkrijk der wederdopers in de Duitse stad Münster.

Het verhaal speelt zich af in de beginjaren van de Reformatie. Een groep radicale gelovigen was ervan overtuigd dat ze een nieuwe, zuivere geloofsgemeenschap moest stichten. Münster moest het nieuwe Jeruzalem worden, waar Gods Koninkrijk op aarde gestalte zou krijgen.

Maar onder leiding van onder andere Jan van Leiden liep het uit op een religieuze dictatuur. Mensen werden gedwongen zich aan te passen, afwijkende opvattingen werden niet geduld en uiteindelijk vloeide er heel veel bloed.

Het schrijnende is dat wederdopers zelf ook zwaar werden vervolgd, zowel door katholieken als door protestanten. Overigens waren lang niet alle wederdopers zo gewelddadig als de beweging in Münster. Velen wezen geweld juist nadrukkelijk af.

Het boek laat vooral zien hoe gevaarlijk het kan worden wanneer mensen ervan overtuigd raken dat zij namens God precies weten hoe zijn Koninkrijk eruit moet zien. En vervolgens ook nog de macht krijgen om dat aan anderen op te leggen.

Dat roept nogal wat vragen op.

Wie heeft de waarheid?

Inmiddels heb ik in mijn geloofsleven veel geleerd van christenen buiten mijn eigen gereformeerde traditie. Van evangelische broers en zussen, maar net zo goed van katholieke broers en zussen. Mensen met wie ik lang niet over alles hetzelfde denk, maar in wie ik wel degelijk iets van Jezus Christus zie.

Dat heeft mijn kijk op kerkelijke verdeeldheid in de loop van de jaren veranderd.

Want waarom zijn we als christenen toch zo geneigd om een eigen uitleg van de Bijbel als dé waarheid te beschouwen? En waarom wordt een afwijkende overtuiging zo gemakkelijk gezien als ongehoorzaamheid aan Gods Woord?

Het is te makkelijk om onze huidige kerkelijke meningsverschillen gelijk te stellen aan de vervolgingen van vijfhonderd jaar geleden. Gelukkig leven we in een heel andere tijd. Maar de onderliggende houding, de zekerheid waarmee we menen namens God te spreken, verdient wat mij betreft nog altijd een kritische blik.

En daarbij mag ook mijn eigen overtuiging bevraagd worden. Want ook mijn uitleg van de Bijbel is niet automatisch Gods waarheid.

Dat betekent niet dat waarheid er niet toe doet. Integendeel! Juist omdat het geloof me dierbaar is, wil ik vragen blijven stellen. Ook als ze ongemakkelijk zijn.

Blijven hervormen

Misschien is dat wel de belangrijkste les van de Reformatie. Dat geen enkele kerkelijke traditie boven kritiek verheven is. Niet de Rooms-Katholieke Kerk van toen, niet de reformatoren zelf en zeker ook onze protestantse kerken van vandaag.

We mogen dankbaar zijn voor wat Luther en Calvijn hebben betekend, zonder hen op een voetstuk te plaatsen. We mogen onze eigen kerkgeschiedenis waarderen, zonder de donkere bladzijden over te slaan.

En misschien moeten we bij al onze discussies over de juiste leer wat vaker terug naar Degene om wie het uiteindelijk draait. Jezus Christus. Die ons oproept Hem te volgen, onze naaste lief te hebben en zelfs onze vijanden lief te hebben.

Als dat het uitgangspunt is, krijgt ook onze omgang met andersdenkenden een andere betekenis.

Op Hervormingsdag vieren we dat mensen vijfhonderd jaar geleden de moed hadden om kritische vragen te stellen bij de kerk van hun tijd.

Laten wijzelf dan ook kritische vragen blijven stellen over de kerk waarvan wij vandaag de dag onderdeel zijn. Geen kritiek om de kritiek. Maar om telkens weer de echo te laten klinken van dat waar het Evangelie ten diepste over gaat. 

De liefde komt van God. God had ons al lief voordat wij hem liefhadden. Omdat God ons liefhad, heeft hij zijn Zoon naar de wereld gestuurd. Door zijn Zoon worden onze zonden vergeven. Vrienden, omdat God zo veel van ons houdt, moeten ook wij van elkaar houden. 1 Johannes 4:10-11 (BGT)